Was de vriendschap een grote illusie?

Twintig jaar vriendschap. Twintig jaar flessen wijn, eindeloze gesprekken, lachen, huilen en zero geheimen.

Een vriendin van me hield van haar beste vriend. Hij was er als ze hem nodig had en zij was er voor hem. Ze hield zijn hand vast bij liefdesverdriet, hij hield haar haren vast boven de wc na een iets te optimistisch ingeschonken laatste glas wijn.

Ze hadden zelfs die heilige afspraak: wat er ook zou gebeuren, wie ze ook zouden tegenkomen; hun vriendschap zou nooit kapotgaan.

En toen kreeg hij een vriendin.

Eerst vond ze het leuk voor hem. Echt! Maar langzaamaan veranderde er iets. Als ze belden en hij was bij haar, was hij kortaf. Afgemeten en opgejaagd. Soms hoorde ze weken niets. (wat voorheen nooit gebeurde) Maar als ze samen waren, was het weer als vanouds. Ze sprak hem op het andere gedrag aan en vroeg wanneer ze haar eens zou ontmoeten. Zijn reactie? Wegwuiven. “Ach, je ziet spoken. Je stelt je aan.”

En dus liet ze het. Tot die ene dag, toen ze zijn vriendin toevallig tegen het lijf liep.

“Hey, ik ken jou ergens van!” zei het meisje.

Mijn vriendin zag een jong meisje tegenover haar staan. Maar hoezo kende zij haar?

“Ehm…?Kennen wij elkaar?”

“Ja, ik ken jou wel, ja,” ging ze verder. “Maar ik weet eigenlijk niet of ik jou wel wíl kennen.”

Pardon?

Mijn vriendin wist niet wat ze hoorde. Ze had haar nog nooit ontmoet en nu dit?

En toen kwam het: dat ze hem met rust moest laten. Dat hij nooit iets om haar had gegeven. Dat hij haar een manipulatief, naar persoon vond en eigenlijk niet wist waarom hij al die jaren contact had gehouden. Waarschijnlijk uit medelijden.

Ze was met stomheid geslagen. Haar beste vriend had dit over haar gezegd? Twintig jaar vriendschap, een illusie?

Maar terwijl ze daar zat, zag ze iets in dat meisje veranderen. Twijfel. Langzaam brokkelde het beeld dat zij van hem had óók af. Ze raakten in gesprek en stukje bij beetje werd duidelijk: hij had óók tegen haar gelogen. Over van alles. Over hun relatie. Over zichzelf.

De dagen erna voelde ze zich vreselijk. Twintig jaar vriendschap, weggevaagd door leugens. En tegen alle logica in voelde ze óók medelijden met dat meisje. Dit terwijl ze niet eens weet of misschien zij wel de grote leugenaar is.

De verbinding en het blindelingse vertrouwen dat er was, is hoe dan ook aangetast. Beschadigd.

Dat is wat leugens doen.
Dat is wat het verzwijgen of verdraaien van waarheden doet.

Confronteren? Daar heeft ze nu de energie niet voor. En hij? Doodse stilte. En hoe langer hij stil blijft, hoe meer ze ernaar neigt haar te geloven.

Ze zei laatst tegen me: “Misschien had Het Goede Doel gelijk. Misschien is vriendschap soms een hoopje schroot met een dun laagje chroom.”

Gelukkig weet ze dat ze ook vrienden heeft die wél te vertrouwen zijn.

En karma? Wellicht heeft dat een uitstekend geheugen. 😉

“Vriendschap is een illusie. Vriendschap is een droom. Een pakketje schroot met een dun laagje chroom
– Het Goede Doel –