In het wild flirten. Weet jij nog hoe dit moet?
“Wat heeft die man een harde stem zeg,” zegt mijn vriendin terwijl ze haar glas geïrriteerd neerzet.
Ik draai me om en zie een groep mannen aan een tafel zitten, druk in gesprek. En ja hoor: de man met die harde stem kijkt me aan. Oké… leuk. Heel leuk zelfs, denk ik, maar ik richt me weer op het gesprek met mijn vriendin.
Tot de lunch komt. Natuurlijk kijk ik even opzij. Recht in zijn ogen. Totaal betrapt. Ik schrik en kijk snel weg.
Grappig eigenlijk; door al dat online gedoe ben ik het echte flirten een beetje verleerd. Je kunt niet op een emoji met blozende wangetjes drukken als je live aan een lunchtafel zit!
Maar goed. Ik kijk nog eens. Hij kijkt terug.
Hij glimlacht.
Ik glimlach.
En zo ontstaat een soort woordloze pingpong. Blikken over en weer, een spelletje zonder regels. Een beetje ongemakkelijk maar vooral heel grappig.
Tot hij ineens opstaat en wegloopt.
Jammer, denk ik en kijk een minuut later toch nog een keer over mijn schouder. Daar gaat hij, de deur uit. Helaas. Ik schuif mijn stoel iets naar achteren en besluit even te plassen.
En dan gebeurt het.
Bij de balie, naast het toilet, staat hij. Natuurlijk kijkt hij. Natuurlijk kijk ik ook. Maar ik loop snel door.
In het damestoilet moet ik lachen om de situatie en vooral om mezelf: Was dit nou ouderwets flirten? Een knikje hier, een glimlach daar, een stille erkenning van wederzijdse nieuwsgierigheid. Ik adem uit, lach en stap weer naar buiten.
En daar staat hij. Precies voor me. Hij steekt zijn hand uit, loopt op me af en glimlacht. Automatisch schud ik zijn hand en een kort gesprek volgt. We geven toe dat het toiletbezoek opzettelijk gepland was. Nummers worden uitgewisseld. Blijkt dat hij één kind heeft en geen partner. Prima score.
De dagen erna sturen we wat appjes. Gezellig, luchtig, niks geforceerd. Zelfs toen ik weg was voor een paar dagen, bleef het contact. Iets minder frequent maar ik zat heerlijk in de zon en had mezelf beloofd minder op mijn scherm te kijken.
En omdat ik een geëmancipeerde vrouw ben die heus haar eigen initiatieven neemt, stuur ik hem halverwege mijn vakantie spontaan een bericht. Lijkt het je leuk om gauw iets te drinken als ik terug ben? Ik stel een paar dagen voor en hij reageert enthousiast. Top. Hij vond mijn toiletactie leuk en lef-gevoelig en geeft de indruk dat initiatief nemen wordt gewaardeerd. Dus waarom geen uitnodiging voor een drankje. Toch?
Want laten we eerlijk zijn: wekenlang appen brengt je meestal nergens. Dan bloedt het contact vaak langzaam dood en uiteindelijk blijven alleen de standaardberichtjes over: Goedemorgen, hoe was je dag? Of Hoe was jouw dag? Als er uberhaubt nog berichtjes gestuurd worden. Zo zonde van ieders tijd!
Uiteindelijk zegt niets meer, dan iemand in de ogen kunnen kijken. Live kunnen lachen en even voelen of het klopt.
Maar toen kwam het misverstand.
Het woord gauw.
Voor mij betekent gauw:
niet eindeloos appen,
niet drie weken warmhouden,
geen tijdverdrijf,
maar gewoon: zaterdag, zondag of ergens komende week.
Zijn gauw blijkt… kennelijk iets heel anders. Wanneer dan precies? Geen idee.
De volgende maand staat al bijna in de agenda. Blijkbaar valt dat óók onder zijn definitie van gauw.
En daar zit precies de charme én de frustratie van communicatie: één klein woord kan twee totaal verschillende betekenissen hebben.
Naar mijn weten was ik duidelijk. Zoals ik eigenlijk altijd ben. En hij? Misschien is zijn gauw gewoon… later.
Maar hé! Ik heb weer eens geoefend met flirten in het wild!
Dat het niet tot een koffie met mister gauw heeft geleid, doet daar niets aan af… hoe leuk is dat?! Het bestaat dus nog steeds!
A little flirting is good for the soul
– Mae West –