Reislijder of reisleider?

  Daar kwamen ze aan. Voorzichtig om zich heen kijkend.

Waar is ze? Waar staat ze? En minstens zo belangrijk: hoe zien mijn medereizigers eruit?

Na 20 jaar heb ik mijn oude vak tijdelijk weer opgepakt. Toevallig.

Bestaat toeval eigenlijk wel, of valt iets je gewoon toe? Mijn wijlen moeder zei dit altijd.

Maarja…ze zei ze wel meer.. Zo heeft ze mij bijvoorbeeld ook  geleerd: noem ze nooit bij naam, noem ze gewoon schatje. Dan kun je je ook niet vergissen.

Je hoort het al: ik had een voorbeeldige opvoeding. 🙂

Twintig jaar geleden noemde ik mezelf op een gegeven moment geen reisleider meer. Maar reislijder. Met een lange ij.

Ruim vier jaar lang had ik problemen opgelost. Mensen opgevangen. Wegwijs gemaakt. Gerustgesteld. Bij elkaar geraapt en weer uitgezwaaid. Op een dag dacht ik: Het is mooi geweest. En keerde ik terug naar Nederland.

Maar goed… fast forward: ik werd een paar maanden geleden gebeld over mijn boek. Toevallig raakte ik tijdens dit gesprek aan de praat met een medewerker van een singles-reisorganisatie. Voor ik het wist floepte ik eruit: Ik kan ook een groep begeleiden hoor!

En zo stond ik daar dus ineens. Vijftig jaar oud. Dit keer met een blauw, in plaats van een geel shirt, aan. Weer met een bordje in mijn handen.

Op de luchthaven van de bestemming kwamen ze een voor een mijn kant op.

Koffer in de ene hand, rugtas of handbagage in de andere. Voorzichtig werden er handjes geschud en beleefd gelachen.

In de groepsapp hadden ze elkaar al digitaal afgetast maar nu stonden ze écht oog in oog. Elkaar scannend. Zou er iemand bij zitten? Wordt dit leuk? Of moet ik vooral heel druk doen met mijn telefoon?

Liefdesvonken? Nee. Die zag ik niet overspringen. Geeft ook niet want het is geen matchingreis.

De eerste dagen schuifelden ze wat om elkaar heen. Letterlijk en figuurlijk. Maar ergens rond dag drie gebeurde er iets.

Kleine verschuivingen. Mensen zochten elkaar op. Eerst om een plekje aan tafel, om een auto gezamenlijk te huren en uiteindelijk gewoon om gezellig samen te zijn.

Ik hoor wel eens van collega’s dat groepen in subgroepjes uiteenvallen. Maar bij deze club niet. Iedere avond schoof men weer samen aan. Er werd gegeten, geplaagd, gekletst en vooral heel, héél veel gelachen.

Het mooiste vind ik: dit waren mensen die in hun gewone leven waarschijnlijk nooit met elkaar in contact waren gekomen. Te verschillend, te ver uit elkaar qua woonplaats of gewoon qua “soort mens”. Tenslotte zeggen ze niet voor niets: soort zoekt soort. Maar nu, op deze reis, werden er bruggen gebouwd.

Ik zag ze veranderen: van schuchtere, aftastende onbekenden naar mensen die echt plezier met elkaar maakten. En misschien zelfs vrienden zijn geworden voor het leven!

Waarom ik dit zo mooi vind?

Omdat ik verschrikkelijk veel houd van verbinding. Daar gaat het mij om. Niet om het bordje, niet het blauwe shirt, niet om de koffers. Maar om dat moment dat mensen elkaar écht vinden.

En dat zag ik deze week gebeuren. Precies daarom doe ik dit werk weer eens een keer.

Dus… voor iedereen die erbij was en dit leest: dankjewel! Ik heb van jullie genoten!

Jullie hebben niet alleen elkaar gevonden, maar ook de liefde voor mijn oude vak weer nieuw leven ingeblazen. En dit keer niet als reislijder, maar gewoon weer als reisleider!

Reizen leert ons dat we,
ondanks verschillen,
meer gemeen hebben dan we denken.”

Desmond Tutu-